Over uitzendbureaus: de constructie van een ruimte

Aan elke sociale klasse wordt een bepaalde ruimte toegeschreven. Zo hoort de directeur thuis in een kantoor van de Nieuwe Zakelijkheid, dat men uit de films kent, maar dat meestal niet zo indrukwekkend is als het origineel uit die films. Men vergist zich over de krantenkiosk: zij loopt qua vindingrijkheid meestal achter op de werkelijkheid. Als karakteristieke plaats van kleine, onafhankelijke wezens, die zich nog altijd graag tot de verloren middenklasse rekenen, ontstaat meer en meer de woning. De paar bewoonbare vierkante meters, die ook door de radio niet vergroot worden, tonen treffend de enge leefruimte van deze klasse. De voor de werklozen typische ruimte is groter, maar ook het tegendeel van een thuis en zeker geen leefruimte. Het is het uitzendbureau. Een passage, waarlangs de werkloze opnieuw in het werkzame bestaan zou moeten belanden. Helaas is die passage vandaag sterk verstopt.

Ik heb meerdere uitzendbureaus in Berlijn bezocht. Niet uit de sensatiezucht van de reporter, die gewoonlijk uit ramptoerisme op pad trekt, maar om te onderzoeken welke positie de werklozen feitelijk innemen in ons maatschappelijk systeem. Noch de verscheidene commentaren bij werkloosheidsstatistieken, noch de parlementaire debatten daarover bieden veel informatie. Ze zijn ideologisch gekleurd en trekken de werkelijkheid op de ene of andere manier scheef; terwijl de ruimte van het uitzendbureau door die instituten zelf is ingesteld. Elke typische ruimte wordt door de typische maatschappelijke verhoudingen tot stand gebracht, die zich zonder de storende tussenkomst van het bewustzijn daarin uitdrukken. Alles wat door het bewustzijn ontkend wordt, alles wat anders vlijtig over het hoofd gezien wordt, neemt deel aan haar opbouw. Ruimtelijke beelden zijn de dromen van de maatschappij. Waar dan ook de hiërogliefen van eender welk ruimtelijk beeld ontcijferd is, daar toont zich de grond van de sociale werkelijkheid.

Stempellokaal_Amsterdam_1933Zoals de werkloosheidsuitkering zich tot het arbeidsloon verhoudt, zo verhoudt het uitzendbureau zich tot het normale bureau. Het is meestal slechter gelegen dan normale werkplaatsen. Men merkt op dat de ruimte noodgedwongen door de maatschappij toegesneden is op ‘degenen die men heeft moeten laten gaan’. Dat ze een eigen gebouw heeft, dat vroeger misschien een school was, is zowat de uitzondering. De baas van een nog maar net opgericht bureau voor chauffeurs, piloten en dergelijke beklaagde zich erover dat zijn bureau zo slecht gelegen was. In het belang van het agentschap trouwens, want werkgevers spreken niet graag af in een buurt waar ze moeten vrezen om hun vaak zeer dure wagens op straat te laten. De omgeving is inderdaad bevolkt met duistere types en niet bepaald de geknipte parkeerplaats voor edele carrosserieën.

Andere uitzendbureaus zijn in achtergelegen delen van grote gebouwen-complexen. Een daarvan, die voor metaalarbeiders, is zelfs in de donkerste regio geplaatst. Om er te geraken, moet men vanuit de straatkant twee hoven doorkruisen, die door sombere baksteenmuren omsingeld worden. De druk die de steenmassa’s uitoefenen, vergroot nog doordat daarbinnen wel gewerkt wordt. Uiteindelijk ziet men de straat niet meer. Het uitzendbureau zelf bevindt zich drie trappen hoger aan het uiterste einde van deze scharnierwereld en lijkt zo op een omgekeerd luilekkerland, wanneer men zich een weg moet banen door de eindeloze geurhinder van een troep arbeiders die aan het vreten zijn. Dat het bureau de indruk geeft van een verstoten herinnering aan de achterlinie, bevat een grond van waarheid. Ook de werklozen wachten immers aan de achterlinie van het huidige productieproces. Ze scheiden zich daaruit af als afvalproducten, ze zijn de rest die overblijft. De hen toegewezen ruimte kan, in de heersende omstandigheden, amper een ander voorkomen hebben dan die van een berghok.

Vanuit het venster van het metaalarbeidersuitzendbureau ziet men op het werkzame leven, dat zich afspeelt in de gebouwen vooraan. Zij die ingeschakeld zijn in het productie- en distributieproces, bedekken de hele horizon van de werkloze. Hij heeft geen eigen zon, hij heeft enkel de werkgever voor zich, die hem hoogstens enkel in het licht stelt wanneer die jobs verdeelt. Een afdelingshoofd zei mij eens:” Wij zijn in de eerste plaats een organisatie voor werkgevers.” Dat het achterhuis van het uitzendbureau bestaat in de schaduw van een door werkgevers bevolkt voorhuis, toont zich bij de verdeling van jobs. Op bepaalde uren worden telkens bepaalde beroepen verdeeld: drukkers, loodgieters, kleermakers, etc. Een bediende klimt op een voetstuk in het midden van de zaal en maakt de vacante jobs bekend. Normaal gezien pakken dichte massa’s werkzoekenden zich rond hem. Ze beluisteren de afkondigingen die uit den Hoge van de Werkgevershemel tot hen nederdalen – een altijd wederkerend beeld, dat treffend de volledige afhankelijkheid van de werklozen t.o.v. de Voorhuismachten uitdrukt. Als deze laatste het uitzendbureau opzoeken, dan krijgen ze een speciale werkgeversruimte ter beschikking, waar ze met de arbeidskrachten handel kunnen drijven. Een rechtstreeks verkeer waarop, binnen de huidige toestand van de arbeidsmarkt, slechts weinigen kunnen hopen. Ik heb vernomen in een bureau voor de textielindustrie dat voor elke 2000 aanvragen er uiteindelijk ongeveer 10 aanbiedingen zijn. Op andere plaatsen geeft men mij al even troosteloze cijfers, die ik niet zal uitklaren, aangezien zij zich reeds allemaal in de statistieken bevinden.

Belangrijker en voor de plaatsing karakteristiek is nog iets anders: namelijk hoe uit deze plaats het productieproces verschijnt. Als een duister noodlot drukt zij op de gemoederen. Terwijl men in beter gelegen streken het zijn natuurlijke loop laat gaan, spreekt men in deze opbergruimtes in fluistertoon over het productieproces en met een fatalisme, alsof het het lot is, zonder een woord kritiek, dat nochtans op zijn plaats zou zijn. Dat allemaal om de mensen te reguleren, waar men al niet tracht hen te annuleren. Het is zo, het heeft zo moeten wezen. Deze doffe trouw is een kenmerk van het uitzendbureau in de wisselvalligheden van de conjunctuur. Hier, waar men in de achterlinie van het hoogst gewelddadige productieproces tracht rond te komen, schemeren nog de categorieën die dat proces, in zijn oude glans, tot een onafwendbaar natuurfenomeen gemaakt hebben. Hier is het nog een afgod, en er staat niets boven. De werklozen houden zich in het uitzendbureau bezig met wachten. Door de verhouding tussen hun aantal en de momenteel beschikbare plaatsen wordt het wachten bijna een doel op zich. Ik heb geobserveerd dat velen, bij de voorlezing van de aanbiedingen, amper nog luisteren. Ze zijn reeds te afgestompt om nog te kunnen geloven in hun uitverkorenheid. Dat ze hun muts of hoed nog ophouden is een zwak teken van vrije wil. Enkel in de kamer neemt men zijn hoofddeksel af. Deze ruimte kan echter geen kamer zijn, maar veeleer een passage, ook al verblijft men er soms maanden. Ik ken geen andere plaats, waar het wachten zo demoraliserend is. Ze trachten te vergeten dat, in deze tijden van recessie, ze geen doel hebben: het ontbreekt hen vooral aan glans.

Er is geen verontwaardigd gebrul noch verschijnt voor dit gedwongen nietsdoen enige andere uitweg. In tegendeel, het nietsdoen voltrekt zich doorgaans in de schaduw en moet afzien van zijn maatschappelijke adelstitel, waarmee het geboren is. En toch is er reden tot paniek, want de armoede staat immer oog in oog met zichzelf. Dadelijk vertoont zij zich met vlekken en gelapte kleren, dadelijk trekt zij zich burgerlijk-beschaamd terug in het verborgene. Bij een beter geklede klerenmaker heeft zij, als laatste schuilplaats, de manchetten van haar hemd gekocht. De ene keer slagen zij erin haar te bedekken, de andere keer vallen ze des te zekerder op.

De lichamen zijn zeer onverzorgd en er hangt een dichte nevel in de zalen. Zo de ongelukzaligen bij elkaar houden, maakt het wachten van de mensen een dubbele last. Op elke mogelijke manier trachten zij de zinloze tijd op te vullen. Maar waar ze ook keren, de zinloosheid achtervolgt hen. Ze tuimelen in gesprekken die een afleiding voor het wachten zouden moeten zijn. Maar voor hun oneindige achtergrond toch verstommen ze toch. Ze spelen met de molen, schaak en kaarten, luidruchtige kansspelen die enkel vermaak van het ongeluk zijn, omdat de hier tot noodlot gestegen nood de doorbraak van geluk verhindert. De ouderen verzoenen zich misschien met het wachten, net als met hun collega’s. Voor de jeugdige werklozen daarentegen is het een vergif dat hen langzaam doordringt.

Ik ben getuige van het volgende gesprek. Een man beklaagt zich bij een bediende:” Nu zit ik een jaar zonder werk en heb die plaats toch niet gekregen.” – “Maar die andere man was al anderhalf jaar werkloos,” wordt hem tegengeworpen. Een zeer duidelijke mededeling dat bij gelijke geschiktheid het bureau zich richt naar de duur van de werkloosheid. In vele beroepen houdt men enkel rekening met kandidaten wanneer men hen al enige tijd heeft laten gaan. De primitieve rechtvaardigheid, die in de bureaus regeert, is toegesneden op de massa’s en ook de werklozen zijn een onderdeel van de massa. Telkens opnieuw getuigen deze muren (zij ondersteunen dit theater) van eindeloze rijen voor de loketten, van losse groepen die samenstromen en –druppelen, van een mensenhoop die zich regelmatig rond het middelpunt van een spreker kristalliseert. Waar zo’n massa-orgaan beweegt, kan de rechtvaardigheid niet meer ondernemen dan de massa te organiseren. Zij moet kwantiteiten afwegen, tijd- en ruimtematen worden haar maatstaf. Zo is het goed, en niemand proeft een bittere nasmaak op de tong, als deze wereld van de massa de enige was. Helaas is ze dat niet. Men deelt mij mee in een uitzendbureau voor chauffeurs:” Natuurlijk, hoe langer iemand werkloos is, hoe sneller hij een job krijgt. Maar de eigenaars van dure auto’s vertrouwen hun wagen niet graag toe aan een chauffeur die maandenlang gelanterfant heeft. Ze nemen gewoonlijk een man aan die zo kort mogelijk zonder werk heeft gezeten. Daar moeten wij toegeven en tegen onze principes handelen …” De rechtvaardigheid van de lage klassen wordt zo doorkruist door een daad van willekeur, die meer dan wat anders pure willekeur is. Ze beweegt zich in de onderste lagen als een donderslag bij de heldere hemel van de bovenste lagen. Daar heerst niet de massa, maar het individu.

“In het belang van de soepele omgang zijn de bevelen van de deurwaarder wet.” Dit reglement bij de ingang van het gebouwencomplex is de aankondiging van de uitzendbureaus achterin net als de inleiding van een boek dat is voor de eigenlijke tekst. Wat het plakkaat inhoudt wordt uitgebreid verklaard op de opschriften binnen. Zij hebben betrekking op het elementaire levensonderhoud waarop de massa’s werklozen wettelijk recht hebben. Om wie weet hoe overtuigende redenen van de bouwinspectie of het fatsoen wordt roken telkens weer verboden. Om nog overtuigendere redenen roken de mensen toch en om de overtuigendste redenen knijpen de opzichters een oogje dicht. Naast het roken is er nog honger en lust. Beide kunnen de metaalarbeiders in het uitzendbureau zelf stillen. In de ene hoek is een kantine gebouwd die als hoofddrank melk aanbiedt. Melk is gezond, maar hoe geniet men daarvan? “Nooit zonder iets te eten,” verkondigt een zichtbaar gearrangeerd opschrift. “Een glas melk op een lege maag, groeit uit tot een moeilijk te verteren kaasklomp.” Belegde broodjes, die een vooronderstelling van de gezonde melk zijn, liggen in hoopjes aan het buffet. De beelden van kaasklompen en de lege maag bewijzen nadrukkelijk dat de mensen in deze ruimtes zo naakt en alleen staan als de muren, objecten van hygiëne, die zich vrijelijk door haar plompe directheid vele mogelijkheden ontzegd worden. Geen aura verhult het lichaam met genade. De lichamen treden veeleer zonder opsmuk in het felle licht van de openbaarheid. De mensen die tot aan die lichamen hangen, zijn enkel nog systemen die bij aanvoer van melk na het eten, wel zullen functioneren. In de achterhuizen van de maatschappij hangen, zoals ondergoed, de menselijke ingewanden buiten. Voor hen gelden ook de opschriften die informeren over geslachtsziektes en geboortebeperking. Dat de elementaire levensgebeurtenissen zo resoluut aangepakt worden, is normaal en toont doorgaans de heerschappij van de primitieve rechtvaardigheid.

Maar zoals het wachten in het uitzendbureau geen vervulling vindt, door de blinde willekeur van het productieproces, zo is ook het basale bestaan hier niet ingebouwd of omgeven. Het staart in het lege, zonder opgenomen te worden en zijn plaats te krijgen. Blijkbaar uit noodzaak om het een beetje op te klaren, heeft men geregeld de muren met graffiti beschilderd. Onderbreken deze het verlaten of kunstzinnige landschap? Helemaal niet, enkel de beelden die gewijd zijn aan ongevalpreventie. “Denk aan je moeder”, staat onder een bord dat net als de rest voor gevaren waarschuwt, in dit geval voor de machines waarmee arbeiders omgaan. Wonderbaarlijk genoeg glinsteren de illustraties van onaangename gebeurtenissen aangenaam boven de hoofden van de mensen. Niets drukt echter beter de structuur van de ruimte uit dan dat zelfs beelden van ongevallen vakantiekaartgroetjes worden uit de gelukkige Bovenwereld van het Kapitaal. Konden de werklozen uit het uitzendbureau onmiddellijk daar geraken, dan was waarschijnlijk een opschrift nodig “Onnodig oponthoud op de trappen is verboden”, dat een sieraad is van alle trappenhuizen. Het klinkt als een nawoord voor de verzameling teksten die ingeleid werden door het plakkaat aan de ingang.

Siegfried Kracauer (1930)

Vertaling: Tim Christiaens

Advertisements

One thought on “Over uitzendbureaus: de constructie van een ruimte

  1. Pingback: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Een commentaar bij Kracauers ‘Over uitzendbureaus’ | Global, KIB's magazine

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s