De Syrische tragedie en het Europese geweten

© Xander Stockmans

© Xander Stockmans

Stel, je bent afkomstig uit Syrië en studeert al vijf jaar geneeskunde aan de KU Leuven. Vanuit Leuven zag je de oorlog aan je moeders voordeur in Saraqeb in het noorden van Syrië belanden. Sinds je in juli 2012 zelf het vluchtelingenstatuut kreeg, probeer je haar naar België te halen. De Belgische autoriteiten vertelden je dat je moeder naar de ambassade in Amman moet. ‘Ik leef nog liever onder de bommen in Syrië. De Jordaniërs brengen Syriërs naar het vluchtelingenkamp’, riep ze door de telefoon.

JORDANIË

De bevolking van Zatari Camp bij Mafraq, dat vluchtelingenkamp van VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR, vertienvoudigde sinds je moeder haar verontwaardiging uitriep. Vandaag wonen er 110.453 geregistreerde Syrische vluchtelingen in tenten en prefab structuren. Op amper een jaar tijd groeide het kamp uit tot de vierde grootste “stad” van Jordanië. De levensomstandigheden zijn er hard. Maar er is tenminste organisatie.

Cake en bidrituelen

Ooit was het anders. De eerste Syrische vluchtelingen zie ik per tientallen en niet per tienduizenden Mafraq binnenkomen. Het terrein van het Zatari Camp is op dat moment (december 2011) nog een barre leegte. Welgeteld vijf tenten staan er. Samen met het Islamitisch Centrum helpt de lokale sjeik Abu Abdullah de vluchtelingen aan een goedkoop, meestal armoedig huisje op de private huurmarkt.
Ik ben eregast tijdens een islamitische les voor een 50-tal Syrische mannen en jongens, kinderen, uit de stad Homs. De imam van dienst is zelf Syriër. Hij werd politiek vluchteling in de jaren ’80 en verblijft sindsdien in Jordanië. Tijdens de islamitische les leert de imam de vluchtelingen religieuze regels. Er worden boekjes uitgedeeld met uitleg over de bidrituelen. Echte psychologische ondersteuning krijgen de vluchtelingen van deze geestelijken niet.
Sjeik Abu Abdullah bracht ook cake en frisdrank mee. Ook wij mogen meesmullen, maar dan wel volgens de regels. De imam is bijzonder opmerkzaam als hij me helemaal achteraan de kamer met mijn linkerhand ziet drinken. Zo leer ik tenminste wat deze geestelijken belangrijk vinden om aan Syrische vluchtelingen te leren.
Eén van de mannen nodigt me uit in zijn huurhuis in Mafraq, het grensstadje in het noorden van Jordanië op een 20-tal kilometer van de Syrische grens, vlakbij de huidige locatie van het Zatari Camp. Het is een armoedig huisje dat hij voor 170 dollar per maand huurt. Zijn zoontje volgt de islamitische les van de sjeik en gaat niet naar de gewone school. De sjeik organiseert een lunch voor de Syrische vluchtelingen in één van de huizen. Wanneer de Jordaanse islamisten samen eten met de Syrische vluchtelingen uit Homs ontspint er zich een interessant gesprek.
‘De alawieten van het Syrische regime begonnen met de steun van Iran en Hezbollah een oorlog tegen de soennieten’, zegt de sjeik. Hij toont een YouTube-filmpje waarin de Syrische revolutie wordt voorgesteld als een religieuze strijd. ‘De soennieten zullen overwinnen over de ongelovige sjiieten en alawieten’, klink het. ‘In Syrië hebben we geen religieus extremisme, tenzij het salafisme van de extremistische soennieten dat door het regime zelf gecreëerd is om te kunnen zeggen dat ze extremisten bestrijden’, werpt een Syrische vluchteling voorzichtig tegen.
De sjeik is meerdere hulporganisaties in één: huisvesting voorziet hij door financieel en materieel bij te springen door de huurprijs te betalen en hulpgoederen zoals dekens en kachels te voorzien; onderwijs door de vluchtelingen in ruil voor de hulpgoederen te laten deelnemen aan islamitische lessen; gezondheidszorg door nu en dan eens als een tovenaar een Koranvers te prevelen om zieke vluchtelingen te genezen. Zelfs voor het levensgeluk van de vluchtelingen kan hij instaan: hij gaat bij vluchtelingen langs om huwelijkscontracten af te sluiten volgens de islamitische regels.

Missionarismoed

© Xander Stockmans

© Xander Stockmans

Om de haverklap krijgt de sjeik telefoontjes waarbij hem tienduizenden euro’s aan donaties wordt toegezegd. Daarmee koopt hij hulpgoederen en die verdeelt hij onder de Syrische vluchtelingen. Aan de hulp zijn ideeën verbonden. In een wagen volgestouwd met goederen die hij in zijn garage opslaat – matrassen, kussens, dekens, voedsel, gasvuurtjes,… – en een hart vol missionarismoed trekt hij van vluchtelingenfamilie naar vluchtelingenfamilie.
De donaties zijn afkomstig van rijke Jordaniërs, Golf Arabieren of Syriërs in Jordanië. De ideeën komen vooral uit de Golflanden. Met de donaties kan de sjeik dus meteen ook het geloof verspreiden. Met dienstbetoon van huis tot huis, vooral in arme en verwaarloosde wijken, zet de sjeik de aloude islamistische traditie voort. De sjeik lijkt wel op verkiezingscampagne. Want als deze vluchtelingen ooit naar Syrië terugkeren, zullen zij bij verkiezingen misschien wel stemmen voor de Syrische ideologische bondgenoten van deze islamistische sjeik.
Qasem Mahameed, een activist uit het Syrische Deraa die vanuit Mafraq informatie over de opstand in zijn stad verspreidt, was zelf één maand vrijwilliger bij het Islamic Center in Mafraq. Maar hij heeft er geen goed woord meer voor over: ‘Ze werken voor hun eigen belangen. Het zijn Jordaniërs die schenkingen gebruiken als middel om hun ideologie bij de Syrische vluchtelingen te verspreiden. Ze hebben geen enkel mandaat om politieke ideeën te koppelen aan die schenkingen. Maar de Jordaanse islamisten verwachten in Syrië binnenkort een nieuwe islamistische partij en ze zijn nu al bezig om leden te werven.’
Hussein, een man uit Deraa, krijgt een bezoekje van de sjeik. ‘Ik voel me niet gemakkelijk bij wat deze mensen ons vertellen, maar als ze me willen helpen dan zal ik die hulp niet weigeren’, zegt hij na het vertrek van de sjeik. ‘Wij weigeren iedere religieuze beschrijving van onze revolutie. Dat het een oorlog is tussen sjiieten en soennieten klopt niet. We vechten allemaal samen tegen een onderdrukkend regime.’ De oorlog is wel ontaard in een religieus-sektarische strijd tussen soennieten en sjiieten omdat mensen als sjeik Abu Abdallah ook in Syrië het meeste geld uit het buitenland kregen en de sterkste gewapende oppositiegroepen werden.
Na zijn lange werkdag eet ik humus en falafel met de sjeik. Hij is een vriendelijke, grappige en gedreven jongeman, zit vol positieve levenslust en gelooft in wat hij doet. Het is moeilijk te geloven dat hij deel is van een strategie van landen als Saoedi-Arabië om de soennitische islam en zijn politieke invloed te verspreiden en zo een religieuze invulling te geven aan de Syrische revolutie. Maar dat is wel wat hier gebeurt.
Een persoonlijk gesprek ontspint zich. ‘Ik stopte met studeren na mijn middelbare school. Ik studeerde nog heel even hotelmanagement, maar ging al snel werken in hotels. Ik wilde ingenieur studeren in Rusland, maar mocht niet van mijn vader. Hij vreesde dat ik verder van het rechte pad zou afdwalen. In die tijd dronk ik veel alcohol, ik rookte, ik leefde slecht. Na een tijdje besefte ik dat ik niet gelukkig was. Ik besefte dat ik ver van God was. Ik vond geluk in de islam. Na tranen van spijt voelde ik plots innerlijke rust en geluk. En zo werd ik rechtschapen’, vertelt hij.

‘Een tweede Irak is een ramp voor Jordanië’

© Xander Stockmans

© Xander Stockmans

Hij bekijkt de lijst met namen van Syrische vluchtelingen die hij kreeg van het Islamic Center, de grote islamitische NGO die hulp biedt aan armen en scholen beheert. Abu Abdallah heeft zijn eigen netwerk van gulle schenkers voor de vluchtelingen en is geen vaste medewerker of vrijwilliger van het Islamic Center, maar coördineert wel met hen. Salah Qazan van het Islamic Center ontvangt me. Tijdens ons gesprek komen verschillende telefoons binnen van gulle schenkers. Salah coördineert de hele hulpoperatie.
‘Onze organisatie ontvangt steun van de Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking, van het Amerikaanse volk’, benadrukt hij een beetje cynisch als hij wijst naar het onderschrift onder USAID. ‘We komen veel middelen te kort, vooral voor het onderwijs van de kinderen van de vluchtelingen.’
Volgens Fawza Shdeefat, directrice van de Jordanian Society for Orphans and Widows, een lokale vrouwenorganisatie die nu ook de Syrische vluchtelingen helpt, verkopen de islamisten hun ideeën aan de vluchtelingen. ‘Zij preken op de vluchtelingen, wij luisteren naar de vluchtelingen’, zegt ze. In het kantoor van haar organisatie komen Syrische vluchtelingen kledij uitkiezen. Jordaanse burgers schenken oude kledingstukken aan vrijwilligers die in de hoofdstad Amman van huis tot huis gaan.
‘We weten niet wat de toekomst brengt’, zegt Fawza. ‘We weten ook niet wat na Bashar Assad komt. Ik vrees dat Syrië een tweede Irak wordt. En dat is een ramp voor Jordanië. Wij helpen nog steeds Iraakse vluchtelingen en nu komen de Syriërs erbij.’ Maar Fawza weigert lijdzaam toe te kijken op die nieuwe vluchtelingenstroom naar Jordanië. Maandenlang moest ze wachten tot internationale hulporganisaties in actie gaan schoten. ‘Zolang anderen geen hulp bieden, zijn deze vluchtelingen een makkelijke prooi voor de islamisten’, zegt ze.
Haar organisatie en de islamisten waren lange tijd de enigen die de vluchtelingen hielpen. Voor juli 2012 was er geen internationale omkadering voor de vluchtelingen. Daardoor waren ze kwetsbaar, niet enkel voor ideologische manipulatie, maar ook voor economische uitbuiting. Even later zie ik een groep vluchtelingen in een olijfboomgaard. Ze verdienen 7 dinar per dag. Het normale loon is 15 dinar per dag. De Jordaanse landeigenaar gebruikt hen als goedkope werkkrachten.

LIBANON

Begrijpelijk dat jouw moeder niet in deze situatie wil terecht komen. Je wil haar naar Leuven halen, maar ze moet in oorlogsgebied blijven. Tijdens je examenperiode begint het leger Saraqeb te bombarderen. Je doet geen oog dicht. Van familie hoor je dat de bendes van het regime al in de buurt van je moeders huis kwamen. Na een paar dagen belt je moeder je op. Vanuit Libanon! Als ze je op voorhand had gezegd dat ze naar dat land zou gaan, had je het niet kunnen verdragen. De weg naar Beiroet is tegenwoordig kiezen tussen de pest en cholera: via Homs riskeer je bombardementen of gevechten, via de woestijn tref je milities.
Twee weken na haar visumaanvraag in de Belgische ambassade in Beiroet lees je op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ): ‘geweigerd’. Maar in Libanon kan je moeder niet blijven. De situatie voor Syrische vluchtelingen is er nog erger dan in Jordanië.

Krottenwijken

© Pieter Stockmans

© Pieter Stockmans

Ik bezoek vluchtelingenfamilies in de krottenwijken van de noord-Libanese stad Tripoli. De huisjes zijn niet meer dan wat bakstenen met een tinnen dak. ‘Ik denk veel aan mijn familie. ’s Nachts droom ik zelfs van hen. Ze zijn nog in Banyas. We woonden allemaal samen in een huis met de ouders van mijn man’, zegt Meryem. ‘We kwamen zonder geld. Mijn broer was al drie jaar in Libanon en hij zocht de goedkoopste optie voor onze huisvesting: dit huisje in al-Mina. We betalen er nog €200 huur voor.’ Meryems echtgenoot werkt in een fabriek en verdient €250 per maand, amper voldoende voor de huur en de kosten van de kinderen. Melk en luiers voor de kinderen kosten hen nog eens €100. Als de kinderen ziek zijn, moeten ze geneesmiddelen kopen.
Volgens Abu Tarek, de Syrische coördinator voor de vluchtelingen in Tripoli, kunnen deze mensen op elk moment uit dit krot worden gezet. Hij ontvangt financiële giften van particulieren of Syrische zakenmannen en verdeelt die onder de vluchtelingenfamilies. Zelf vluchtte hij samen met zijn vrouw en zes kinderen uit Hama naar Tripoli. ‘Na een maand in Tripoli gingen we terug naar Hama, maar we vonden alle scholen gesloten of omgevormd tot militaire basissen. We moesten terug naar Tripoli. Ondanks alle miserie is mijn enige doel: de scholing en de toekomst van mijn kinderen’, zegt hij.
Elders in Tripoli zit de oorlog de vluchtelingen zelfs op de hielen. Overal op de stukgeschoten muren in de wijk Tabbaneh pronken portretten van anti-Syrische politieke leiders. In deze explosieve wijken komen Syrische vluchtelingen terecht die het geweld in Syrië ontvluchtten. Ik ontmoet sjeik Ayman, een lokale geestelijke die Syrische vluchtelingen helpt. Hij neemt me mee de armere buurten van Tabbaneh in.

Straatoorlogen

In een armoedig kamertje op het eind van een donkere steeg vinden we Muhammad Ali al-Ahmad en zijn familie van elf. Ze kwamen totaal ontredderd en met niets anders dan wat kleren uit Homs in Tripoli terecht. ‘Toen de eerste Syrische vluchtelingen hier begonnen aan te komen, was er veel angst om hen te helpen. Angst voor de Syrische geheime diensten en Hezbollah. Maar nu geven mensen hen gratis groenten en fruit, en helpen we hen aan onderdak. Ik bezoek hen, deel matrassen en dekens uit en help nieuwe vluchtelingen een kamer te vinden’, zegt sjeik Ayman.
‘Ik stel me in hun plaats. Ik ben ook altijd een felle tegenstander van het Syrische regime geweest. Tijdens de Syrische bezetting van Libanon was onze wijk heel actief in het verzet. Wat het Syrische regime nu aanricht in zijn eigen steden hebben ze in de jaren ’80 en ’90 ook hier in Tabbaneh aangericht’, zegt hij. In Tabbaneh wonen enkel soennieten die een diepe haat koesteren voor het Syrische regime. Aan de overkant van de straat in de wijk Jabal Mohsen wonen enkel alawieten die het Syrische regime steunen. Met de regelmaat van de klok breken hier straatoorlogen uit.
In Zuid-Beiroet, de bakermat van Hezbollah, bezoek ik sjiitische pro-Assad vluchtelingen. Overal duiken vlaggen en posters van Hezbollah en de Syrische president Bashar Assad op. Nour en Hasna, moeder en dochter uit Homs, zijn op de vlucht voor het geweld en vonden hier onderdak en bescherming. Hun gastvrijheid en eeuwige glimlach zijn amper te rijmen met hun oorlogsverhalen. ‘Nee, wij zijn niet gevlucht voor het Syrische leger, wij zijn gevlucht voor de terroristen. Het Syrische leger beschermt ons. Elke dag worden granaten en raketten afgevuurd, en schieten sluipschutters mensen dood’, zegt Nour. Ze verdedigt het leger dat haar huis bombardeerde.

Net over de grens

© Pieter Stockmans

© Pieter Stockmans

In de dorpjes van het bergachtige Noord-Libanon leven Syrische vluchtelingenfamilies in leegstaande schoolgebouwen. Ze zijn vooral afkomstig uit Syrische dorpen dichtbij de Libanese grens. Abu Mohammed uit Tel Kallakh leeft met zijn gezin als vluchteling in een grote, kille zaal van een schooltje in Wadi Khaled. ‘Elke dag is een strijd, maar de Syrische regering heeft ons geleerd vol te houden, in plaats van te denken aan geluk en vrijheid. Als het regime valt, komt er hopelijk een beter leven voor mijn kinderen. Voor mij is het te laat, ik ben te oud. Elke dag bid ik dat we kunnen terugkeren naar Syrië en dat ik één dag vrijheid kan beleven zonder het regime. Dan kan ik gerust sterven’, zegt Abu Mohammed. Hij zag altijd Iraakse vluchtelingen in Syrië, maar had nooit gedacht dat hij zelf vluchteling zou worden.
Hij vervloekt “duivel” Iran, steekt zijn bewondering voor Saddam Hoessein niet onder stoelen of banken en benadrukt zijn soennitische identiteit. Toch verduidelijkt hij: ‘Ik heb veel christelijke, en zelfs alawietische vrienden. Met die mensen heb ik geen problemen, wel met de politici die de mensen tegen elkaar opzetten.’
Zijn dochtertjes Hajar (6) en Afraz (12) gaan niet regelmatig naar school. ‘De andere kinderen pesten me. Ik mis mijn beste vriendin Rama. De laatste keer dat ik haar zag was in juni vorig jaar, toen het leger begon te schieten en er zelfs geen vogel meer kon vliegen’, zegt Afraz. Hajar moet naar een gespecialiseerde dokter voor een diagnose over haar groeistoornissen. ‘UNHCR zei dat ik naar het ziekenhuis moest gaan, maar daar konden ze me niet helpen’, zegt haar vader. Het is ijzig koud binnen. Moeder Um Mahmoud giet nieuwe mazout in het kacheltje.
Abu Mohammed toont een document dat hij net van de gemeente Wadi Khaled kreeg. Het is geen verblijfsvergunning en geeft dus geen bewegingsvrijheid. Ze kunnen het gebruiken om hulp te vragen. De islamitische hulporganisatie Bashaer komt aan. Ze hebben lijsten met de namen van de vluchtelingenfamilies. Met de mensen van Bashaer ga ik naar andere huizen waar Syrische vluchtelingen onderdak hebben gevonden. Eén van de huizen behoort toe aan de Libanese bouwpromotor Amer Ali Mohamed. Ik zie er verschillende families in wat eerder lijkt op een bouwwerf dan op een huis. Later vertelt Abu Mohamed ons: ‘Die man is niet eerlijk. Hij laat de Syriërs die hij onderdak geeft, voor zijn bouwprojecten werken aan een laag loon.’
We zien de mobiele kliniek aankomen. Abu Mohammed gaat in de rij staan. Hij heeft last van een lage bloeddruk, maar heeft er niet de juiste geneesmiddelen voor. Plots zien we jongens en mannen met kartonnen dozen het schooltje binnenkomen. Vandaag deelt de internationale hulporganisatie Islamic Relief voedselpakketten uit.

TURKIJE

Jouw moeder ziet ook Libanon niet zitten. Ze was nu al in twee buurlanden, maar ze weigert een vluchteling te worden. Ze wil enkel veiligheid, bij jou in Leuven. Maar dat kan niet, volgens de Dienst Vreemdelingenzaken. Ze woont vandaag gewoon, nog steeds, in oorlogsgebied, in het meest geteisterde deel van Syrië. Elke dag denk je aan haar en je krijgt amper iets binnen als je ’s middags in het studentenrestaurant Alma gaat eten. Je ontmoet er Elias, een Syrische Belg die al 23 jaar in Leuven woont en als medewerker van Alma een bekend gezicht is voor de Leuvense studenten.
Toen in Aleppo de hel losbarstte, vatte hij het plan op om zijn zus Fatima naar Leuven te halen. Omdat de ambassade in Damascus al gesloten was, vertrok Fatima met alle documenten naar de Turkse hoofdstad Ankara. De dossierbehandelaar liet weten dat het dossier perfect in orde was. Ze zou haar visum krijgen, net zoals die andere keren toen ze Elias in België bezocht. Na twee maanden wachten, las hij op de site van de DVZ: ‘geweigerd’.
Turkije verwelkomde een half miljoen vluchtelingen, in Libanon wonen nu een miljoen Syriërs. Beide landen zullen steeds meer in het Syrische conflict worden gezogen als Europa niet meer Syrische vluchtelingen toelaat. Versoepel daarom de visumvereisten voor vluchtende Syriërs: dat was de boodschap van de International Crisis Group (ICG) en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Onze verantwoordelijke ministers wijzen deze humanitaire en politieke verantwoordelijkheid van de hand omdat België de Europese visumregels niet kan aanpassen.
In plaats van genereus reageren we krampachtig op de grootste vluchtelingencrisis van de laatste decennia: de Belgische ambassades in de buurlanden van Syrië moeten dossiers van Syriërs immers naar de DVZ in Brussel sturen voor een individueel onderzoek, omdat ‘de situatie doet vermoeden dat Syriërs de gewone visumprocedures gebruiken om in België te blijven en asiel te vragen’.
Maar de vluchtelingen hebben weinig andere opties, en dat leidt tot absurde situaties: zo vroeg de DVZ aan de Syrische activist Yahia Hakoum een geldig paspoort te halen in Syrië, bij het regime dat hem vervolgt, om zijn aanvraag voor een studentenvisum te staven. De Belgische ambassade liet de DVZ weten dat hij die documenten niet kon bemachtigen, maar de DVZ hield het been stijf.

GRIEKENLAND

Het totale gebrek aan wettelijke vluchtwegen uit Syrië duwt Syrische vluchtelingen in de handen van mensensmokkelaars. Misschien kan je moeder met mensensmokkelaars naar België komen? Maar Ahmed Asaad, die de verschrikkelijke reis ondernam, zou het haar afraden. ‘Als ik had geweten wat er me allemaal zou overkomen, was ik nooit gevlucht’, zegt hij in zijn opvanghuis van het OCMW in Maarkedal.
Ahmed is één van de pioniers van de revolutie in Saraqeb. Jaren geleden kreeg Ahmed al eens een visum voor Slowakije, maar deze keer bleven de poorten van Europa gesloten: de Slowaken vermoedden dat hij als vluchteling in Europa wilde blijven. Op 18 april 2012 legde Ahmed zijn lot in de handen van smokkelaars. In Istanbul kwam hij terecht bij een Syrische smokkelaar die in Griekenland wordt gezocht en nu vanuit Turkije opereert.
Aan de Evros-rivier, de grens tussen Turkije en Griekenland die hij samen met vijf anderen in een rubberbootje voor drie moest oversteken, keek Ahmed de dood in de ogen. In een vlaag van onbezonnenheid sprong hij in de rivier en trok het bootje tot de andere oever. Eindelijk de grens van de waardigheid bereikt, dacht Ahmed. Maar tot zijn grote verbazing kreeg hij een koude douche. ‘De Griekse politie sloeg me op mijn been, pakte me bij mijn nek en gooide me als een beest in een kooi. Ik riep tegen de agent: “Ik ben gevlucht uit Syrië, voor het regime.” De agent duwde me weg en riep: “You are illegal in Greece”. Ik twijfelde of ik wel in Europa was.’
Dezelfde avond zette de lokale politie hem met een uitwijzingsbevel op een bus naar Athene, waar hij de ferry naar Kreta nam. Daar stelden Syriërs hem voor om naar West-Europa te gaan. Voor €4500 kreeg hij een valse identiteitskaart van een Oost-Europees land. ‘Als Slowakije me in september 2011 had toegelaten, waren de smokkelaars geen €7000 en ik geen vele trauma’s rijker geweest. Waarom bestrijden overheden de smokkelnetwerken niet door makkelijker visa toe te kennen?’
In Brussel vroeg Ahmed asiel aan. Na meer dan een jaar wachten, in het opvanghuis in het afgelegen dorpje Maarkedal, kreeg hij een subsidiair beschermingsstatuut. Ahmeds statuut gaf hem lange tijd niet het recht zijn vrouw en kindje te laten overkomen. Sommige Syriërs in zijn situatie laten hun familie daarom smokkelaars betalen om met vluchtelingenbootjes naar Europa te komen. Op 11 oktober 2013 kapseisde en zonk zo’n vluchtelingenboot in de Middellandse Zee op de grens tussen Libische en Italiaanse wateren. De boot zat stampvol Syriërs uit oorlogsgebied. 30 onder hen verdronken.

LIBIË/EGYPTE-LAMPEDUSA

© Pieter Stockmans

© Pieter Stockmans

De vluchtroute Syrië-Libië/Egypte-Lampedusa is misschien een optie voor je moeder. Maar dan moet ze wel de risico’s durven nemen die Azmi Daaboul nam. En de daarmee gepaard gaande trauma’s en vernedering. Azmi is een Syrische vluchteling uit Latakia, in het noorden van Syrië op amper 130 kilometer van Saraqeb, waar je moeder woont.
Na een echte odyssee verblijft hij in een opvangcentrum in Brussel. Hij vluchtte van Latakia naar Libië omdat hij in dat land geboren is. In Libië hoopte hij daarom een verblijfsvergunning te kunnen krijgen. Het lukte niet omdat zijn vrouw als Palestijns vluchteling uit Syrië niet erkend wordt in Libië. Ze moesten met mensensmokkelaars de lange weg van Latakia tot het Libische Tripoli (niet te verwarren met de gelijknamige Libanese stad) afleggen.
Ze bleven een tijd illegaal in Libië. In de Belgische ambassade vroegen ze een visum. Azmi’s broer Azzam was op dat moment immers al erkend vluchteling in België. Maar Azmi’s visumaanvraag werd zoals verwacht geweigerd. Ondertussen was zijn vrouw zwanger, maar omwille van haar Palestijnse vluchtelingenstatus kon ze niet in Libische ziekenhuizen terecht. Ze moesten voor de zoveelste keer vluchten, naar Egypte deze keer.
Als Syrische vluchtelingen kregen ze een tijdelijk verblijfsstatuut dankzij het beleid van de toenmalige Egyptische president Mohammed Morsi. Zijn Moslimbroeders steunen immers de Syrische opstand. Maar het lot keerde zich weer tegen Azmi en zijn vrouw. Het Egyptische leger kwam na een staatsgreep opnieuw aan de macht en begon Syrische vluchtelingen te vervolgen. Tijdelijke verblijfsvergunningen voor Syrische vluchtelingen werden niet meer hernieuwd. Velen werden al gearresteerd en opgesloten in gevangenissen, in onmenselijke omstandigheden. Sommigen werden zelfs terug gestuurd naar Syrië, een flagrante schending van het internationaal vluchtelingenrecht.
Syrische vluchtelingen begonnen massaal Egypte te verlaten. 3000 van de 4600 Syrische vluchtelingen die in 2013 (tot augustus) Italië probeerden te bereiken vanuit Egypte, deden dat in augustus alleen. Ter vergelijking: in heel 2012, onder de vorige president, probeerden slechts 400 Syrische vluchtelingen dat.
Ook Azmi en zijn vrouw werden “illegaal” en moeten wéér vluchten. Omdat er geen mogelijkheid is om dat legaal te doen, zocht Azmi smokkelaars in Alexandrië om met de boot naar Sicilië te gaan. Zijn vrouw en pasgeboren kindje konden niet mee. De reis zou te gevaarlijk zijn. Azmi nam een verschrikkelijke, maar wijze beslissing. De Egyptische kustwacht opende immers al eens het vuur op Syrische vluchtelingen die met smokkelaars in Italië probeerden te geraken.
Uiteindelijk dobberde Azmi 6 dagen rond op zee in een smokkelboot met 44 andere vluchtelingen. De Italiaanse kustwacht bracht hen naar Syracuse op Sicilië en dwong de vluchtelingen met geweld en elektroshocks om hun vingerafdrukken te geven. Voor de zoveelste keer werd hij het slachtoffer van staatsgeweld, deze keer in Europa. Uiteindelijk werd hij vrijgelaten en nam hij de trein genomen naar Napoli, Milaan en Brussel, waar hij asiel aanvroeg.
Hoe zal je moeder ooit veiligheid vinden? Zou je haar de “illegale” vluchtroutes laten nemen, met het risico dat je haar nooit meer zal terug zien? Wat zou je dan vinden van deze beleidstekst van de Europese Unie? Het parlement en de raad zouden beslissen om de grenscontroles nog verder op te drijven: ‘The purpose of border surveillance is to prevent unauthorised border crossings, to counter cross-border criminality and to apprehend or take other measures against those persons who have crossed the border in an irregular manner. Border surveillance should be effective in preventing and discouraging persons from circumventing the checks at border crossing points.’[1]

© Pieter Stockmans

© Pieter Stockmans

Pieter Stockmans is freelance journalist. Hij reist door Noord-Afrika en het Midden-Oosten, op zoek naar de verwachtingen en angsten van de mensen achter de revoluties. Hij publiceert regelmatig in MO* Magazine. Zijn weblog kan je hier vinden: www.mo.be/wereldblog/tussen-vrijheid-en-geluk

Het onderzoek voor deze reportage deed hij samen met Majd Khalifeh.

Bekijk hier een fotoreportage over de Syrische vluchtelingen in Jordanië

Bekijk hier een fotoreportage over de Syrische vluchtelingen in Libanon
Raadpleeg
hier het dossier van Pieter Stockmans over Libanon, Syrië en Hezbollah

Informatie van UNHCR:
http://data.unhcr.org/syrianrefugees/syria.php
http://data.unhcr.org/syrianrefugees/regional.php

Meer informatie over de aantallen:
http://greenmediabox.eu/syrianrefugees/

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s